De drie allerbeste Guru’s/ onderwijzers/ geleerden

Maatri-maan Pitri-maan Aachaarya-waan Poeroeso Wéd

Inderdaad, de mens kan pas rijk aan kennis zijn wanneer hij de drie allerbeste onderwijzers/ geleerden heeft, oftewel ten eerste de moeder, ten tweede de vader en ten derde de Aachaarya (kenner van Wéd, die deze onderwijst/ uitlegt aan de kinderen/ studenten om hun leven waar te maken volgens Wéd). Dat is te danken aan die stam/ familie. En dat kind is de gelukkige, wiens moeder en vader Dharmiek (rechtschapenheid) geleerd zijn volgens Wéd. De hoeveelheid kennis en kunde die aan kinderen kan worden geleerd/ verkondigd door hun moeder, kan door niemand anders gegeven worden. Bijvoorbeeld: de wijze waarop de moeder het kind liefheeft en zijn belangen wil behartigen, wordt door geen ander gedaan. Daarom wordt de term moederschap (maatri-maan) aan de moeder toegekend. Dat wil zeggen, dankbaarheid gaat naar die moeder, die vanaf het begin van de zwangerschap totdat het kind alle kennis vergaard/ geleerd heeft, aan het kind goede eigenschappen/ gewoonten/ karakter (omgangsmanieren)/ zuiverheid blijft/ laat verkondigen/ uitdragen, totdat het kind deze eigenschappen bezit. Bron: Satyarth Prakash Aapt Maharshi Swami Dayanand Saraswati

Waidiek-sanskaar

Zuiveren van lichaam, ziel en denkwijze
in het kort samengevat

De ‘solah sanskaars’ zestien soorten zuiveringen van de aatmaa (ziel), het mentale en het lichaam van een nieuw mens, vanaf de geslachtsgemeenschap (na het huwelijk) tot en met de crematie.

Sanskaar is datgene doen waardoor zowel innerlijke (aatmiek) als lichamelijke (Shaarieriek) reinheid wordt bewerkstelligd en Dharm, Arth, Kaam en Móksh bereikt kunnen worden en de nakomelingen hierin uiterst bekwaam worden. Daarom is het noodzakelijk dat iedereen Sanskaars doet. Bron: Sanskaar-widhie van Aapt Maharshi Swami Dayanand Saraswati


Choedaakarm (Moendan)-sanskaar
wanneer en waarom?

Choedaakarm-sanskaar is één van de zestien sanskaars

“Choedaakarm°” is de achtste sanskaar en wordt tevens Késhchhédan (Moendan)-sanskaar genoemd. Choedaakarm oftewel Moendan-sanskaar dient te worden gedaan op de eerste of derde verjaardag van het kind of tussen de eerste en de derde verjaardag.

Men moet deze sanskaar doen in de periode dat de zon in de noordelijke helft van de aarde staat, vanaf de eerste dag na de nieuwe maan tot en met de volle maan, in het gezin blijheid/ vreugde heerst, en het gunstig uitkomt. In deze periode is er meer zonlicht (symbool van kennis en leven), de groei en de bloei nemen toe en de maan wordt voller. Zo moeten de hersenen van het kind ook groeien, bloeien en voller worden met de ware kennis. Daarom moet het kind hechte contacten krijgen/ hebben met geleerden met gezond verstand, die hem/ haar daarmee (kunnen en willen) helpen.

Bij de Moendan-sanskaar horen de familieleden aanwezig te zijn, zodat zij ook weten hoe zij met het kind moeten omgaan.

De handelingen die men uitvoert om de onwetendheid/ ongeschiktheid van het kind om voor zichzelf te zorgen en zijn/ haar onzuiverheid teniet te doen, en om het kind zuiver te maken, worden sanskaar genoemd. Hierdoor worden het lichaam, aatmaa (de ziel) en denkwijze gezuiverd, waardoor Dharm*,Arth*, Kaam* en Móksh* bereikt kunnen worden en het kind beschaafd wordt. Daarom is het noodzakelijk dat elk mens sanskaar doet.

°Choeraakarm is een verbastering van Choedaakarm.

*Dharm: de uitoefening van billijke rechtvaardigheid tezamen met oprechtheid in gedachten, woorden en daden en dergelijke (deugden) – kortom, dat wat in overeenstemming is met de Wil van Ieshwar (ŌM), zoals uitgedrukt in Wéd. Ieshwar (ŌM) heeft aan de mensheid in Wéd Dharm geschonken. Dharm is geen geloof of religie, Dharm is altijd en overal identiek. Dharm is door ŌM in Wéd verkondigd: het Woord van ŌM (Ieshwars Waani), ware, volledige kennis (kennis over ŌM (de Almachtige), aatmaa (de ziel), prakritie (materie), creaties, ontstaan/ bestaan, vernietiging, wijsheid, daden, vaardigheid, loven, oepaasanaa, wetenschap, technologie en dergelijke (deugden)), het weten; zo is het), de oorspronkelijke bron, de ene, tijdloze, natuurlijke levenswijze, de enige waarheid die universeel is. Alleen Wéd is (het geschrift van) Dharm. Alle andere geschriften zijn slechts waar, voor zover ze de aspecten/ leringen van Wéd verkondigen.
*Arth: rijkdom die op een rechtvaardige manier is verkregen.
*Kaam: wensen die door Dharm en Arth worden bereikt.
*Móksh: het vrijmaken van de aatmaa (ziel) van elke soort pijn/ lijden en het doormaken van een daaropvolgende vastgestelde periode van één paraantkaal*in vrijheid in de Aldoordrongen Ieshwar (ŌM) en zijn onmetelijke omvang en ontelbare creaties, tot hervatting als een mens (Rishi/ Aarya) na afloop van deze periode. Tijdens de moekti/ móksh neemt de aatmaa met zijn eigen wil zelfstandig alles waar; hoe alles in het universum (de ruimte) wordt gecreëerd, onderhouden en vernietigd. De aatmaa blijft zuiver en heeft geen enkele band met de levende wezens. De aatmaa heeft geen lichaam noch dorst, honger, pijn, rust, lust, verdriet, slaap en dergelijke, maar is blijvend gelukkig. *Eén paraantkaal is een periode van 311.040.000.000.000 (driehonderdelf biljoen veertig miljard) jaar (dit is 36.000 keer het bestaan (36.000 x 4.320.000.000) plus vergaan en ontstaan (36.000 x 4.320.000.000) van deze wereld).

Men weet niet wie¹/ wat² de aatmaa van het kind in diens vorige leven was. Pas later weten sommige Wéd-geleerden aan de hand van het gedrag (talent) van het kind wat de aatmaa in het vorige leven (lichaam) was. Sommige Waidiek-Yogi’s kunnen het vanaf de geboorte van het kind al weten. Als de vader deze kennis heeft, weet hij het direct na de geslachtsgemeenschap al. Het kind is met kennis en eigenschappen/ gewoonten van zijn vorige leven geboren (heeft deze meegenomen), waarbij er ook negatieve eigenschappen/ gewoonten kunnen zijn. In het hoofd bevinden zich de hersenen, waarin kennis zit en nieuwe kennis wordt opgeslagen. Om de negatieve eigenschappen/ gewoonten te voorkomen doet men voor de zekerheid deze sanskaar, zodat het kind zijn/ haar leven volgens Wéd kan leiden (kan waarmaken), waarvoor hij/ zij op de wereld is gekomen.

Vanaf de geboorte tot het eerste levensjaar zijn de groeiende schedeldelen zacht en niet helemaal dichtgegroeid (de schedelnaden bij een pas-geborene zijn nog niet aanéén gegroeid, pas later zullen de flexibele schedelnaden en de fontanel verharden en dichtgroeien, waardoor de schedel meer bescherming voor de kwetsbare hersenen biedt). Het hoofdhaar beschermt de hersenen tegen temperatuurschommelingen. Daarom moet het hoofdhaar tot het eerste  levensjaar blijven. Vanaf het eerste levensjaar kan het hoofdhaar weggeschoren worden.

In deze periode krijgt het kind melktanden, waardoor hij/ zij zich niet op zijn/ haar gemak voelt, kwijlt, zich niet lekker voelt en buikgriep kan krijgen. Door het hoofdhaar weg te scheren voelt het kind zich iets beter.

Het wegscheren van het hoofdhaar houdt in dat de ouders ervoor gaan zorgen dat het kind nooit in onwetendheid verkeert en de Wéd (alle ware kennis) kent. Binnen drie jaar groeien de zachte schedeldelen aan elkaar. Vanaf het derde levensjaar zijn de schedeldelen aan elkaar gegroeid en hard geworden, evenals de fontanel. Dan is het hoofdhaar niet echt belangrijk meer om de hersenen te beschermen, want de schedel doet dat werk nu. Daarom wordt het aangeraden deze Sanskaar op de derde verjaardag te doen. Vóór deze Sanskaar moet men het hoofdhaar niet knippen, behalve bij ziekte van de hoofdhuid.

Als de Moendan-sanskaar in de periode van 1 tot en met 3 jaar wordt gedaan, en het kind een waidiek-opvoeding (kennis van Wéd) krijgt, wordt de kans dat het kind mentaal zwak (mentaal ziek, ongelovig, bijgelovig, achterlijk) kan worden, aanzienlijk verkleind.

¹ Dharmaatmaa (rechtschapen mens), beschaafd mens, normaal mens, slecht mens.
² Plant/ boom, vis, dier, vlieg, vogel, enzovoort.

Bestudeer Wéd.

Sansthaa (Stichting) Maharshi Dayanand Wéd Widyalay wenst een ieder al het beste toe en een leerrijke vooruitstrevende zalige (mangal may) leven.

Moge dit onderwerp, Choedaakarm (Moendan)-sanskaar, na het lezen/ bestuderen ervan uw eigen denkwijze een positieve draai geven.

Pt. Swami Aarya 

Sansthaa (Stichting) Maharshi Dayanand Wéd Widyalay
                       

Met de universele waidiek abhiwaadan (groet), Namasté

De missie van Aarya Samaadj/ Ārya Samāj is Krinwanto Wishwam Aaryam: om de gehele wereld/ mensheid Aarya (Srésth - Allerbeste/ weldenkend vooruitstrevend rechtschapen mens volgens Wéd) te maken.

Dandi Swami Guru Wirdjanand Saraswati

Aapt Maharshi Swami Dayanand Saraswati

Swami Shraddhanand

Pt. Lekh Ram Aaryawier

Namasté – Met respect wens ik u een lang, gelukkig en geslaagd leven toe.

Dat wil zeggen met respect wens ik u (zoals voor mijzelf: volledige gezondheid, schone lucht, zuiver water, het juiste voedsel, gezond verstand, de zuiverste kennis, wetenschap, wijsheid, waarheid, volledig geluk, vrede, beleefdheid, voorspoed, lichamelijke weerstand, mentale bevordering, zelfbewustzijn, positieve kracht, liefdadigheid, en dergelijke (deugden)) een lang (levensduur van minstens 100 jaar), gelukkig en geslaagd leven toe.

Stichting Maharshi Dayanand Wéd Widyalay te Den Haag, Nederland - K.v.K. 27193095 Den Haag - ABN-AMRO Bank IBAN: NL42 ABNA 0581491912

© Copyright by BaseBuilders & Stichting Maharshi Dayanand Wéd Widyalay - Alle rechten voorbehouden.