Manoesya  Mens

Iedereen hoort een ware mens te worden.

Om een ware mens te worden, geeft alleen Wéd de wetenschappelijke opvoedkennis!

Wéd zegt: “Manoer bhawah” – “He manoesya/ mensen, jullie moeten ware mensen worden!”
Jullie hebben het menselijke lichaam aan de hand van het vorige leven (karm – daden) gekregen. Maar dat wil niet zeggen dat jullie ware mensen zijn. Jullie moeten nog een ware mens worden.

Vraag: Hoe wordt men een ware mens?

Antwoord: Een ware mens wordt men door de juiste sanskaars (de wetenschappelijke opvoedkunde) te krijgen (van moeder, vader en waidiek Aachārya, voor zover zijzelf ware mensen zijn) volgens de ware kennis van Wéd: het Woord van ŌM, het weten, zo is het.
Bron: Sanskaar widhi van Aapt Rishi – Shri Maharshi Swami Dayānand Saraswati.

Vraag: Wie wordt een ware mens” genoemd?

Antwoord: Een ware mens wordt diegene genoemd die na overwogen* te hebben, een ander in lief en leed (goede en slechte tijden) en bij voor- en tegenspoed (winst en verlies) begrijpt, zoals hij/ zij met het innerlijk geweten zichzelf begrijpt. Men moet niet vrezen voor slechteriken/ schurken, al zijn ze sterk, maar dient wel te vrezen voor Dharmaatmaa’s (ware wijzen) die volgens Wéd hun leven leiden, al zijn ze zwak. Dit is niet het enige, men dient met alle inspanning Dharmaatmaa’s te beschermen, al is hij/ zij heel hopeloos, zwak en kennisloos, men moet hem/ haar hulp aanbieden, steunen, zijn/ haar vooruitgang stimuleren (bevorderen) en hem/ haar met beleefdheid (respect) behandelen. En men moet de onrechtschapen (adharmie**) personen, al is het de koning/ (minister-) president met veel macht en kennis, altijd blijven tegenwerken, aan hen geen respect tonen en hen uitroeien. Voor zover het kan moet men de macht van onrechtschapen personen (slechteriken/ schurken) omverwerpen (ten val brengen) en men moet de macht van rechtschapen mensen (die waarheidslievend zijn) altijd blijven vergroten (bevorderen). Al moet men heel veel pijn lijden voor deze daad, al wordt men hiervoor vermoord, al gaat men hieraan dood: van deze rechtschapen menselijke plicht moet men nooit afwijken. Bron: Satyārth Prakāsh, Aapt Rishi – Shri Maharshi Swami Dayānand Saraswati.

* Men moet geen daden verrichtten zonder deze eerst te overwegen, dat wil zeggen, voor- en nadeel, goed en slecht op basis van waar- en onwaar bezien alvorens een beslissing te nemen. Alleen dan gaat men een menswaardig leven tegemoet en kan men een ander begrijpen. Men moet afblijven van rijkdom/ spullen/ middelen/ grond/ land enz. van een ander. Men zal eenieder met respect volgens hun daden behandelen, alsook het milieu (de natuur) en de dieren beschermen.
** Adharmie personen zijn degenen die de rechten van anderen (personen en dieren) ontnemen/ afpakken. 

Bestudeer Satyarth Prakash.

Stichting Maharshi Dayanand Wéd Widyalay wenst een ieder al het beste toe en een leerrijke, vooruitstrevende, zalige (mangal may) leven.

Pt. Swami Aarya

Sansthaa Maharshi Dayanand Wéd Widyalay 

Namasté 

Manusya – Human

Everyone should become a true human.

Only Wed gives the scientific educational knowledge to become a true human!

Wed says: ’Manur bhawah’ – ’He manusya/ people, you must become true humans!’
You have acquired the human body from the past life (karma – deeds). But that doesn’t mean that you are true humans. You still have to become a true human.

Question: How does one become a true human?

Answer: One will become a true human by getting the right sanskārs (the scientific educational knowledge) (from mother, father and wedic Aachārya, if they are themselves true humans) according to the true knowledge of Wed: the Word of ŌM, the  knowing, so it is.
Source: Sanskār widhi of Swāmi Dayānand Saraswati (Aapt Rishi, Maharshi).

Question: Who will be called a true ‘human’?

Answer: The person who after due consideration* understands an other person for better or worse (in good and bad times) and in ups and downs (profit and loss), as he/ she understands him-/herself with his/ her inner conscience, will be called a true human. One should not be afraid of the strong (badI guys/ villains) but should be afraid of Dharmātmā (true sages and the weak – they who are not strong – who live their lives according to Wed). This is not all, one should with all effort protect Dharmātmās, even if he/ she is very helpless, weak and without knowledge, one should offer him/ her help, support him/ her, stimulate (advance) his/ her progress and treat him/ her with respect. And one should always counteract the unrighteous (adharmi) persons, albeit the king/ president/ prime minister who have a lot of power and knowledge, show them no respect and eradicate them. If possible one should overthrow (bring down) the power of unrighteous persons (bad guys/ villains) and one should always increase (promote) the power of righteous persons (who are truthful). Even if one has to suffer a great deal for this deed, even if one is killed because of it, even if one dies of it: one should never deviate of this righteous human duty. Source: Satyārth Prakāsh, Swāmi Dayānand Saraswati (Aapt Rishi, Maharshi).

* One should not perform deeds without considering them first, that is, look at the advantage and disadvantage, good and bad on the basis of truth and untruth, before making a decision. Only then will one meet a decent human life and can one understand an other. One should not touch the riches/ things/ means/ grounds/ land etc. of an other. One should treat everyone with respect according to their deeds and also protect the environment (nature) and the animals.

Bestudeer Wéd.

Pt. Swami Aarya

Sansthaa Maharshi Dayanand Wéd Widyalay 

 

Namasté